Twijfelen aan de Werkelijkheid (13)

Posted on March 4, 2021

Lezen vanaf het begin? Dat kan hier. Maar het hoeft niet. Elke blog post in deze reeks staat min of meer op zichzelf.


Filosofie: nuttig om zin van onzin te onderscheiden?

Laten we het vandaag eens over iets belangrijks hebben. Hoe worden wij misleid door informatie die we oppikken van sociale media? En wat is daaraan te doen?

Als je denkt dat filosofen en logici erg in het voordeel zijn bij het onderscheiden tussen echt en nep op het web, dan heb ik een teleurstellende mededeling. Mijn ervaring is dat mijn vertrouwdheid met filosofie een beetje helpt en dat mijn kennis van logica een beetje van nut is. Wat mij veel meer helpt is het feit dat ik uit eigen jarenlange ervaring weet hoe wetenschappelijk onderzoek werkt.

Hoe helpt filosofie mij? Het geeft me gevoel voor kwaliteit. Ik hou van het gezelschap van heldere geesten. Ik vind het heerlijk om werk van Descartes, Pascal, Hume, Spinoza, Schopenhauer, Russell te lezen omdat het voor mij een manier is om tijd door te brengen in goed gezelschap. Sommige andere filosofen zijn voor mij een uitdaging. Ik lees af en toe iets van Whitehead, maar ik vind het nog steeds moeilijk om er echt in door te dringen. En de postmodernisten zijn voor mij een tamelijk gesloten boek. Als ik Derrida of Foucault probeer te lezen krijg ik al na een paar bladzijden hoofdpijn. Aan het Frans kan het niet liggen, want bij Descartes en Pascal heb ik dat niet, en ik lees ook voor mijn genoegen Camus en Houellebecq.

Ken Wilber schrijft in het Engels, en van zijn quasi-diepzinnige apodictische toon kan ik me ook behoorlijk beroerd gaan voelen. Het is natuurlijk een keuze. Als ik Wilber niet kan volgen ga ik ervan uit dat het lulkoek is, maar als ik Whitehead niet snap denk ik dat het aan mij ligt. Wat is het verschil? Kennelijk kan ik niet voor elke denker evenveel welwillendheid opbrengen. Het zij zo. We mogen onze voorkeuren hebben.

En logica: helpt dat?

Een beetje kennis van logica helpt beslist om elementaire denkfouten te voorkomen. Zo grapte een Facebook vriend van mij een keer over Descartes. Als we “Als ik denk dan besta ik” nu eens herformuleren. Dan krijg je: “Als ik niet denk dan besta ik niet”. Zijn we meteen van al die idioten af. Leuk gevonden, alleen het klopt niet, want de beweringen “”Als ik denk dan besta ik" en “Als ik niet denk dan besta ik niet” zijn niet logisch equivalent. De juiste contrapositie is van “Als ik denk dan besta ik” naar “Als ik niet besta dan denk ik niet”, en hier is weer geen speld tussen te krijgen.

Zulke fouten zijn grappig, en ze komen ook in het wild voor, maar in de teksten die ik meestal lees zijn ze toch betrekkelijk zeldzaam. Drogredenen zijn er daarentegen te over. Het verschil tussen een drogreden en een denkfout is dat de drogreden bedoeld is om ons te misleiden terwijl een denkfout ongewild wordt gemaakt. Training in het herkennen van drogredenen is beslist nuttig, maar ik trek de grens bij (wetenschaps)filosofen die met een pedant vingertje anderen van drogredeneren beschuldigen en zelf voorop marcheren bij het delen van links naar dissidente artsen. Ik wil geen moeilijkheden dus ik zal hier geen namen noemen.

Ad hominem argumenteren, mag het?

Nou vooruit, toch even anoniem door met het voorbeeld. Een wetenschapsfilosofe deelde op Facebook een link naar het artsen covid collectief dat zeer kritisch is over de Nederlandse corona-aanpak, met een enthousiaste aanbeveling. Toen ik naar aanleiding daarvan opmerkte dat de kritische artsen welwillend verwijzen naar Pierre Capel, en dat dat voor mij een rode vlag was, kreeg ik te horen dat ik me schuldig maakte aan ad hominem argumentatie. Mijn onwelwillende verwijzing naar Capel was een loze verdachtmaking. Het argumentum ad hominem is het kritiseren van de aanhangers van een bepaalde stelling in plaats van de stelling die ter tafel ligt. Men schopt de man in plaats van de bal, en dat is tegen het filosofische zere been.

Zou het? Volgens mij illustreert het feit dat dat artsencollectief komt aanzetten met Capel dat ze niet door de onzin heen kunnen kijken die deze professor verkondigt, en dat ze dus niet zo kritisch zijn als ze zelf denken. Dat maakt de hele club voor mij ongeloofwaardig. Net zo hoef ik de argumentatie van professor Theo Schetters niet meer te horen als ik eenmaal weet dat hij zich in zijn video’s beroept op Andrew Wakefield. Wie denkt dat Wakefield een betrouwbare bron is, is bij mij al zijn krediet in één klap kwijt. Maar volgens de wetenschapsfilosofe waren dat allemaal drogredenen, en nam ik daarmee het artsencollectief en Schetters niet serieus. En dat was fout, want iedereen verdient het om serieus te worden genomen.

Ooit houdt het argumenteren op

Wederom: zou het? Enfin, de chat liep uit de hand en ik had er geen zin meer in. “Ik ga je maar even snoozen, geloof ik.” Het nuffige antwoord: “Tja, dat is ook een argument”. Nee, dat was geen argument, maar wie zegt dat het argumenteren altijd door moet gaan?

Leden van de Groninger Studentenbond in mijn studiejaren hadden er vroeger ook een handje van om altijd door te willen discussiëren. Ik ben toen maar overgestapt van sociale filosofie naar logica, en daar heb ik nooit spijt van gekregen.

Zo’n confrontatie met mede-filosofen zet wel aan het denken, trouwens. Zou het kunnen dat steeds maar door argumenteren een doodlopende weg is? Is het mogelijk dat close-reading van teksten om ze te scannen op argumentatiefouten niet de beste manier is om nepnieuws en propaganda te herkennen? Om over lulkoek en onzin nog maar te zwijgen.

Over lulkoek

Het Engelse woord voor lulkoek of kletspraat of onzin is bullshit. De Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt (1929) heeft hier een beroemd geworden boekje over geschreven, On Bullshit. Volgens Frankfurt is lulkoek communicatie die erop gericht is om ons te beïnvloeden zonder dat de waarheid van wat gezegd wordt er ook maar iets toe doet. Kampioenen van de lulkoek waren (of zijn) Donald Trump en zijn advokaat Rudy Giuliani, maar die worden in het boekje uit 2005 uiteraard nog niet genoemd.

Trump een leugenaar noemen miskent het karakter van lulkoek, want lulkoek verkopen is iets anders dan liegen. Een leugenaar weet dat hij onwaarheid spreekt. Maar bij lulkoek gaat het niet om waar of onwaar maar om iets anders.

For the essence of bullshit is not that it is false but that it is phony. In order to appreciate this distinction, one must recognize that a fake or a phony need not be in any respect (apart from authenticity itself) inferior to the real thing. What is not genuine need not also be defective in some other way. It may be, after all, an exact copy. What is wrong with a counterfeit is not what it is like, but how it was made. This points to a similar and fundamental aspect of the essential nature of bullshit: although it is produced without concern with the truth, it need not be false. The bullshitter is faking things. But this does not mean that he necessarily gets them wrong.

Want het wezen van lulkoek is niet dat het onwaar is maar dat het nep is. Om het verschil naar waarde te schatten moeten we erkennen dat namaak of nep niet onder hoeft te doen voor echt (behalve dan wat betreft authenticiteit). Wat niet echt is hoeft behalve dat geen ander defect te hebben. Het zou zelfs een getrouwe kopie kunnen zijn. Wat er mis is aan een vervalsing heeft niet te maken met hoe het eruit ziet maar met hoe het is gemaakt. Dit wijst op een vergelijkbaar en fundamenteel aspect van de wezenlijke aard van lulkoek: hoewel het wordt geproduceerd zonder te letten op waarheid hoeft het niet onwaar te zijn. De lulkoek verkoper is zaken aan het vervalsen. Maar dat wil niet zeggen dat hij ze noodzakelijkerwijs onjuist voorstelt.

Lulkoek verkopers die het vertrouwen van een publiek hebben weten te winnen kunnen met hun lulkoek de werkelijkheid naar hun hand zetten, want ze poetsen de plaat voordat de waarheid aan het licht komt.

Het internet barst van de lulkoek. Vrijwel alles wat je op internet kunt lezen over voedingssupplementen is gelul, want bedoeld om ons dure vitamine-preparaten te verkopen waarvan de heilzame werking niet is aangetoond. De online praatjes van Nieuwetijds opiniemakers zijn lulkoek, want bedoeld om de aanhang een goed gevoel te geven zonder dat waar of onwaar er iets toe doet.

Maar ook onze overheid doet er vrolijk aan mee. Veel wat je op de overheidswebsite over het klimaatakkoord kunt vinden is bij voorbeeld loos geklets. Neem deze tekst bij het hoofdstukje mobiliteit:

Zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Geen emissies, uitstekende bereikbaarheid toegankelijk voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd.

Dit is gelul. Het is wat politici denken dat burgers willen horen, maar met waarheid of werkelijkheid heeft het weinig te maken. De waarheid over het klimaat wordt hier toegedekt met loze praatjes. De waarheid over het klimaat is dat we tussen hamer en aanbeeld zitten. De fossiele brandstof raakt op, want we hebben miljoenen jaren aan gefossiliseerd zonlicht er in een luttel aantal jaren doorheen geknald, en de atmosfeer zit nu barstensvol broeikasgas dat niemand er meer uitkrijgt en dat ons klimaat zeer grondig aan het verstoren is. Maar dat wordt allemaal niet gezegd. In plaats daarvan krijgen we praatjes voor de vaak en wordt ons voorgehouden dat we allemaal naar hartelust door kunnen gaan met ons eindeloos verplaatsen van hier naar ergens anders ver weg en weer terug. “Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond”. Ammehoela.

Je hoeft echt geen lid te zijn van Extinction Rebellion - wat ik overigens wel ben - om te zien dat vrijwel alles wat er op onze door de overheid gefaciliteerde klimaatakkoord website staat loos geklets is. Close reading van de tekst - die verder gaat over duurzame geavanceerde biobrandstoffen, inzetten van waterstof, electrificatie, bladieblada - is daarvoor volstrekt overbodig. Dat de producenten van dit soort proza het contact met de werkelijkheid kwijt zijn is ook zonder zeer zorgvuldig lezen overduidelijk.

Om een oude blog van mezelf maar weer eens te citeren:

Je hoeft geen deskundige te zijn om te kunnen zien dat iets lulkoek is. Een drol herken je aan hoe hij ruikt.

Close reading: vaak niet de beste weg

Zelf doe ik in eerste instantie nooit aan close reading, want ik wil eerst vertrouwen krijgen in de sop/kool ratio van een tekst voor ik er echt aandacht aan ga besteden. Mijn aandacht is een schaars goed. Ieders aandacht is een schaars goed, maar veel mensen beseffen dat helaas niet.

Vertrouwen in een tekst op het web krijg ik niet door die tekst zelf te gaan uitspitten, maar door na te gaan wat anderen zeggen over de auteur of organisatie die ervoor verantwoordelijk is. Dus maak ik liever een omtrekkende beweging. Bij voorbeeld, bij Schetters kun je googelen op “Schetters kritiek”, en dan blijken de eerste hits verwijzingen te zijn naar artikelen in de Volkskrant, het Reformatorisch Dagblad en de nieuws-website van Stichting Skepsis waar Schetters’ argumentatie wordt gefileerd. En daarna hoef ik zijn filmpjes niet meer te zien, want dan weet ik al dat ik er mijn tijd mee zou verdoen.

Wetenschapsfilosofen die het hier niet mee eens zijn hebben volgens mij geen oog voor hun eigen confirmatie bias (voorkeur voor bevestiging). Teveel welwillendheid jegens dwaallichten lijkt me gevaarlijk, want door tijd door te brengen met dwaallichten loop ik zelf ook gerede kans om de weg kwijt te raken. Blijven klikken op filmpjes die mij door YouTube worden aanbevolen is niet alleen verspilling van mijn tijd, het is linke soep. Wie het verband tussen YouTube binge-watchen en complotdenken nog niet ziet moet misschien De Online Fabeltjesfuik van Arjen Lubach nog maar eens terugkijken.

Hoe herken je nepnieuws?

Over confirmatie bias gesproken: onlangs verscheen in de Huffington Post een artikel dat ik met groot genoegen heb gelezen omdat het mij helemaal gelijk gaf. Je moet tegen kritiek kunnen, maar soms is het prettig om goedgeschreven tekst te lezen van mensen die het helemaal met je eens zijn. Zulke bevestiging willen we allemaal graag, af en toe. Maar het is net als met bier drinken: een paar glazen is lekker maar je moet het niet overdrijven.

Sam Wineburg en Sarah McGrew leggen in To Avoid Getting Duped By Fake News, Think Like A Fact Checker uit hoe succesvolle feitencontrole plaatsvindt. Het interessante aan dit artikel is dat de auteurs menen dat kritisch denken niet de meest cruciale factor is.

Often, it’s not more critical thinking that they need. It’s less.

Sure, the ability to analyze complex arguments, wend through reams of data and judge whether the evidence justifies the claims being made will never go out of style. However, the errors we observed often had to do with something more basic. People missed crucial clues about who might be trying to sway their opinion because they imported ways of reading from the world of print ― even though the web plays by different rules.

Vaak hebben ze niet meer kritisch denken nodig maar juist minder.

Zeker, het vermogen om complexe argumenten te kunnen analyseren, je door grote stapels data heen te kunnen werken en te kunnen beoordelen of het bewijsmateriaal de claims rechtvaardigt die gemaakt worden, dat raakt nooit uit de mode. Maar de fouten die we aantroffen hadden vaak van doen met iets veel basalers. Mensen missen cruciale hints over wie er aan het proberen is hun mening te beïnvloeden omdat ze lezen op een manier die geïmporteerd is uit de wereld van het gedrukte woord - terwijl het spel op het web heel anders wordt gespeeld.

Feiten checken op het web werkt anders, want daar zijn heel veel partijen actief die er niet op uit zijn om ons te informeren maar die ons iets willen verkopen of die ons willen beïnvloeden. Onderzoek naar de betrouwbaarheid van websites en nieuwsbronnen is dus cruciaal. Je komt het meest over een website te weten door die site zelf juist te vermijden. Goede feiten checkers hebben binnen een paar seconden een paar vensters open waarin ze zoeken naar info over de organisatie die achter zo’n site zit.

Wikipedia blijkt daarbij enorm te helpen. Dit laatste deed mij als Wikipedia fan genoegen om te lezen. Niet alleen ben ik fan, ik vind eerlijk gezegd mensen die zeggen Wikipedia totaal niet te vertrouwen altijd een tikkeltje verdacht. Zou het kunnen dat ze de - volgens mij doorgaans correcte - Wikipedia-info over vaccinatie of aanverwante zaken niet willen laten binnenkomen? Natuurlijk zit Wikipedia er weleens naast, maar hun bronvermeldingen zijn absoluut waardevol. En… als Wikipedia onbetrouwbaar is, wat zijn dan wel de betrouwbare bronnen? YouTube filmpjes?

Zeker, Wikipedia is een bolwerk van witte mannen met een opleiding, maar ik ben zelf een witte man met een opleiding, dus daar kan ik weinig aan doen. De belangrijkste functie van Wikipedia is het doorverwijzen: je kunt meteen naar de referenties scrollen en de meest gezaghebbende bronnen eruit pikken. En zelfs dan kun je het nog gemakkelijk mis hebben. Om te eindigen met wat het Huffington Post artikel hierover zegt:

One fact checker told us, “hubris is the enemy of fact checking.” Tape this to your screen.

Een feitencontroleur zei tegen ons: “Hoogmoed is de vijand van het feitenonderzoek.” Plak dat maar op je scherm.

Wordt hier vervolgd