Twijfelen aan de Werkelijkheid (3)

Posted on February 6, 2021

Lezen vanaf het begin? Zie hier.

Niet alle kennis is wetenschappelijke kennis

In onze kennis zit meestal geen perfect systeem. Kennis kan wetenschappelijk zijn, maar dat hoeft niet. En omgekeerd, wetenschappers kunnen denken dat ze iets weten maar zich toch vergissen. Dat komt voor. De medische wetenschap beval ooit het aderlaten aan, of het zetten van bloedzuigers, omdat de heren doctoren meenden te weten dat dat hielp.

Onze kennis hoeft niet perfect gesystematiseerd te zijn om bona fide kennis te zijn. Hoe herkennen we pest-gedrag? We doorzien het patroon. Hoe herkennen we ijdele kletspraat? We doorzien het patroon. Hoe herkennen we dat iemand in paniek is? We herkennen de symptomen. Sommigen zien het niet. Misschien is er ervaring voor nodig, bij voorbeeld ervaring als therapeut, om te zien dat je gesprekspartner in paniek is. Het zou kunnen dat iemand die die ervaring niet heeft het niet kan zien. Maar daaruit volgt niet dat het er niet is.

Onze alledaagse kennis is voor een groot deel patroon-herkenning. En gevoeligheid. Er bestaat zoiets als morele gevoeligheid, morele patronen kunnen doorzien. Wie die gevoeligheid heeft kan bij voorbeeld zien dat iemand een ander iets aandoet dat hij niet zou mogen doen, omdat het ingaat tegen de morele wet “Doe de ander niet aan wat je niet wilt dat die ander jou aandoet.” Iemand anders is misschien teveel afgestompt om het te zien. Maar daaruit volgt weer niet dat het er niet is.

Hoe erg is een beetje polarisatie?

“Dat is jouw waarheid,” hoor je wel in kringen die zichzelf spiritueel noemen. Het is spiri-taal voor: “Volgens mij klopt er geen hout van wat je daar zegt, maar ik heb nu even geen zin om het er met je over te gaan hebben.”

“Dit is mijn waarheid” is spiri-taal voor: “Dit is wat ik vind, en het interesseert me geen bal als jij het daar niet mee eens bent.”

Zulke uitspraken zijn dooddoeners. Ze zorgen ervoor dat er geen debat ontstaat. Ze voorkomen polarisatie. Ze proberen tweedracht in de kiem te smoren. Maar ze gaan eigenlijk niet over waarheid in de zin van overeenstemming met de werkelijkheid. Ze lijken te suggereren dat waarheid er eigenlijk niet zo toe doet. Ze voorkomen dat we samen de zaak gaan onderzoeken, om er achter te komen wie van ons beiden het bij het rechte eind heeft en wie niet. Want, zoals we boven met Aristoteles hebben geconstateerd, als wij elkaar lijnrecht tegenspreken kunnen we niet allebei gelijk hebben.

Mensen die ieder verschil van mening op het spits drijven en koste wat het kost hun gelijk willen halen zijn in de sociale omgang niet te harden. Gelijk willen hebben wordt in ons gezin niet gewaardeerd, zo weet ik uit eigen ervaring. Stijle gelijkhebbers worden uitgekotst. Soms is het diplomatiek om even niet te polariseren. Wanneer een Amsterdammer een ongezouten mening ventileerde waar onze oud-burgemeester Job Cohen het volstrekt niet mee eens was, zei hij bij voorbeeld graag: “Ja, dat kun je inderdaad vinden.” Dat is een nuttig zinnetje, vind ik. Ook handig is: “Goed dat je het zegt.”

Het verschil tussen waarheid en onwaarheid doet ertoe

Het over belangrijke zaken niet willen hebben zie je vaak in kringen waar een debatcultuur ontbreekt. Charles Eisenstein, een alternatief denker met veel aanhang, is bij voorbeeld iemand die vooral niet wil debatteren maar alleen begrijpen. Iedereen moet in zijn waarde worden gelaten. Voor hem is het antivax denken net zo waar als het wetenschappelijke discours over vaccinatie. Eisenstein is aanhanger van het alles-is-even-waar denken. Het alles-is-even-waar denken heeft ook in Nederland aanhangers en verkondigers. De nieuwetijds goeroe Tijn Touber is een goed voorbeeld.

De moeilijkheid die ik hiermee heb is dat ons denken gevolgen heeft voor ons handelen. Als ik de antivax praatjes geloof kan ik op grond daarvan bij voorbeeld besluiten om het Covid-19 vaccin niet te nemen als het me wordt aangeboden. Als ik het wetenschappelijke discours over vaccinatie geloof zal ik het vaccin wel nemen. En wat de goede keus is hangt af van welk discours waar is.

In situaties waar het verschil tussen waarheid en onwaarheid er echt toe doet is de alles-is-even-waar houding geen goed idee. Als jij gelooft dat ik besmet ben met het Sars-CoV-2 virus en ik geloof dat ik niet besmet ben, dan is het van groot belang om uit te zoeken wie er gelijk heeft en wie niet. Als ik geloof dat Covid-19 erger is dan een griepje en jij gelooft dat niet, dan is het van groot belang om uit te zoeken wie er gelijk heeft en wie niet.

Waarheidscriteria

Hoe doe je dat, uitzoeken hoe iets echt zit? In elk geval liever niet in je eentje. We hebben Google tot onze beschikking, maar op zichzelf helpt dat ons niet. Als we het internet gaan afzoeken naar een onderbouwing van wat we toch al vinden dan gaat dat immers zeker lukken. Op YouTube is altijd wel een professor te vinden die in geleerde termen verwoordt wat we toch al denken. En omdat zo’n professor altijd te vinden is zeggen de praatjes van de professor op zichzelf genomen helemaal niets. We moeten ook nog uitzoeken of de professor, of de dokter, of de advokaat, weet waar hij het over heeft. Professoren hebben altijd maar van een beperkt aantal dingen verstand. Helaas praat professor doctor ingenieur IJdeltuit ook dolgraag over dingen waar hij geen verstand van heeft.

We zouden dus juist het omgekeerde moeten proberen. Goede argumenten zoeken voor standpunten die onze eigen standpunten tegenspreken. In gesprek gaan met mensen die er anders over denken dan wijzelf. Proberen erachter te komen wie de werkelijke experts zijn op een bepaald wetenschappelijk vakgebied en bestuderen wat ze te zeggen hebben. Kijken of de bronnen waar we ons op baseren betrouwbaar zijn. Zoeken naar de meest betrouwbare en minst hysterische stemmen als het gaat om Amerikaanse politiek. Ik leer bij voorbeeld veel van de brieven van Heather Cox Richardson. Maar ook, bronnen aan alle kanten van het politieke spectrum raadplegen om te zien wat daar gaande is, en mensen die anders denken niet reduceren tot stro-poppen.

Proberen te leren van contact met andersdenkenden, dat lukt het best als we onze opvattingen niet beschouwen als deel van onze identiteit. En dat lukt weer het best als we onszelf niet definiëren in termen van de groepen waar we dolgraag bij willen horen. Want graag bij een groep willen horen, dat is wel een beetje een dingetje. Als je lid bent van een groep die hoge eisen stelt qua loyaliteit (een high-demand groep), dan is het riskant om te laten merken dat je ergens anders over denkt dan de leiders van de groep.

Het gevaar van bij een groep willen horen

Ons gevoel, onze intuïtie en ons gezond verstand zijn zeker belangrijk, maar ze kunnen ons om de tuin leiden. Ons gevoel werkt conformisme juist in de hand, want meedenken en -voelen met een high-demand groep geeft een verrukkelijke roes van geaccepteerd worden. Als erbij willen horen het allerbelangrijkst wordt, dan kan het voorkomen dat je in elke vezel van je lijf voelt dat iets klopt. Dat gevoel is echt, want de oxytocine giert echt door je lijf. Het is heerlijk om ergens echt bij te horen. Maar het is ook gevaarlijk, want de waarheid brengt het niet dichterbij.

Wie zelfstandig wil denken moet tegen een beetje eenzaamheid kunnen. Of, zoals Arthur Schopenhauer (1788 - 1860) het zei: “Wie geen plezier vindt in eenzaamheid zal niet van de vrijheid houden.”

Wordt hier vervolgd